Onderzoek, Wat zijn vooroordelen?

Ik heb het aan het begin al eerder over vooroordelen en stereotypes gehad, dit is een verzamel pagina met wat nieuwe informatie.
Wat zijn vooroordelen?
In zijn simpelste ‘vorm’ is een vooroordeel een ‘voorbarig oordeel’. Een oordeel gebaseerd op gevoel in plaats van feiten.

Volgens prof. Dr. Daniël Wigboldus zijn vooroordelen ‘de link tussen een bepaald groepslabel en een bepaald positief of negatief gevoel. ‘voor het grootste deel zien we niet eerst en daarna definiëren maar definiëren we voordat we zien’ (Walter Lippman, 1922) We komen dus niet op grond van wat we zien bij een bepaalde definitie, nee, we kijken vanuit de kennis die we al bezitten.

Bij vooroordelen gaat het voornamelijk over je impliciete reacties. Je hebt impulsief gedrag en reflectief gedrag. Reflectief gedrag komt voor op bewuste nadenkende processen. Impulsief gedrag vormt door automatische systemen, we zijn hier niet bewust over.
Zodra je vooroordelen je gedrag gaan beïnvloeden is dit niet zonder gevaar. Vooroordelen kunnen namelijk leiden tot discriminatie. Met vooroordelen ben je meer op je hoede voor mensen uit andere groepen, ze maken je wereld kleiner. Omdat allochtonen veel meer met negatieve zaken worden geassocieerd in de media zit het zo in ons hoofd dat ze meer problemen veroorzaken dan autochtonen, ondanks dat dit niet persé het geval is. Een voorbeeld van een onderzoek dat zich bezighoud met impliciete reacties is de ‘Weapons identification task’. Het test persoon krijgt een pistool en moet door een ruimte lopen. In de ruimte zitten verschillende mensen, sommige zijn zwart, sommige wit, sommige hebben een pistool bij zich en andere zijn ongewapend. Iedere keer als het testpersoon iemand tegen komt met een pistool moet je deze neer schieten. Uit de resultaten komt dat mensen eerder op een zwart persoon schieten dan op een wit persoon, of deze nou wel of niet een wapen vast heeft.

Door de negatieve associaties met allochtonen associeert ook de gediscrimineerde groep zichzelf met negatieve dingen. De ‘Doll test’ is een psychologisch experiment dat in de jaren 40 is ontworpen in de VS. Dit experiment test hoe vooroordelen, discriminatie en rassenscheiding invloed heeft op afro-Amerikaanse kinderen. In het experiment krijgt een kind twee poppen voor zich, een pop met een lichte huidskleur en een pop met een donkere huidskleur. Vervolgens worden er vragen gesteld aan de kinderen in de trant van ‘Welke pop is de lieve pop?’, ‘Met welke pop wil je spelen?’ en ‘welke pop lijkt het meest op jou?’. In de resultaten zie je dat de kinderen een negatieve perceptie van zichzelf hebben.

Hoe ontstaan vooroordelen?
Vooroordelen komen voornamelijk voort uit de categorieën die we maken. Het maken van categorieën is belangrijk, dit is een jongen, dat is een meisje, dit is een tafel, dat is een stoel. Ondanks dat je een stoel nog nooit eerder heb gezien weet je dat je erop kan zitten. Dit komt omdat je de categorie ‘Stoel’ in je hoofd hebt. Door deze categorie hoef je niet bij iedere stoel opnieuw uit te vinden of je erop kan zitten of niet. Dit categoriseren is belangrijk geweest in onze ontwikkeling als mensen. Stel je hebt een keer een slechte ervaring met een leeuw, je bent er door aangevallen. De volgende keer dat je er een tegen komt weet je dat je uit de buurt moet blijven en blijf je langer leven.

in tegenstelling tot voorwerpen of  dieren, waar alle leeuwen wel gevaarlijk zijn en alle konijntjes lief zijn zit dat bij mensen heel anders. Mensen zijn veel meer divers. Het denken in categorieën is dus handig, maar we moeten erop letten dat we niet de verschillen in mensen over het hoofd zien.

Hoe worden mensen in hokjes geplaatst?
Vroeger zijn mensen gaan categoriseren/ in hokjes plaatsen. Dit is handig, want zo hoef je niet bij iedere deur opnieuw uit te vinden hoe deze werkt. Je ziet een deur en je weet dat deze open kan en naar een andere kamer leid. Je weet bijvoorbeeld ook dat de meeste leeuwen gevaarlijk zijn en dat de meeste konijntjes lief zijn.

In tegenstelling tot voorwerpen of dieren zijn mensen veel individueler. Iedereen is anders, maar ook mensen worden in hokjes geplaatst. Je plaatst mensen in hokjes uit eigen ervaring of via de informatie die je binnenkrijgt van de media. Bijvoorbeeld, in het nieuws wordt vaak gezegd dat alle blonde mensen dom zijn en/of je kent iemand met blond haar die heel dom is. Als je dan een nieuw iemand ontmoet die blond haar heeft ben je geneigd te denken dat dit persoon ook dom is, ondanks dat je dit persoon nog nooit eerder ontmoet hebt.

Het doorbreken van je vooroordelen kan heel lastig zijn, dit komt door de subcategorieën die je onbewust creëert. Stel je associeert vrouwen heel erg met ‘huishouden’, een huisvrouw. Dan kom je een keer een vrouw tegen die heel hard werkt in haar functie. Dit beeld is niet in lijn met je associatie dus het beeld ‘vrouwen en huishouden’ zou minder sterk moeten worden. Alleen wat mensen in zo’n geval vaak denken is ‘Maar dit is geen ‘typische’ vrouw, dit is een zakenvrouw’ Je stopt als het ware deze vrouw in een andere categorie. Door zo’n subcategorie kan je verklaren wat er gebeurd zonder je bestaande beeld te veranderen. Daarom moeten we geconfronteerd worden met heel veel voorbeelden van het tegendeel voordat het beeld ‘vrouwen en huishouden’ helemaal veranderd.

Gebruikte Bronnen
de meeste van deze bronnen ben je eerder dit blog al tegen gekomen.

Anne Frank Stichting.
Vooroordelen en stereotypen (2018)
https://www.annefrank.org/nl/themas/vooroordelen-en-stereotypen/

prof. Dr. Daniël Wigboldus.
Sociale Psychologie (2014)
https://www.youtube.com/playlist?list=PLZ0df6wQ5oO_EQplFPt7U6lpLpl82JM0D

Andrew M. Rivers.
The Weaons Identification Task (2017)
https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0177857

Luca Lavarone en Raffaello Durso.
Doll Test – The effects of racism on children (2016)
https://www.youtube.com/watch?v=QRZPw-9sJtQ

College voor de rechten van de mens.
Stereotypering: wat is dat en hoe werkt het? (2015)
https://mensenrechten.nl/nl/publicatie/5b46fcf1748c2212a5451854

Reacties